Opleiden in het wielrennen

Wij dragen graag ons steentje bij aan de maatschappij. Dat doen we niet alleen door het geven van arbeidsdeskundig advies, maar ook door het ondersteunen van verschillende initiatieven. Eén daarvan is dameswielerploeg Talent Cycling, waar wij hoofdsponsor van zijn. Maandelijks houden we je op de hoogte van alle ontwikkelingen van deze unieke verbintenis.

‘Iedereen heeft het er over, weinigen doen het’
Binnen het wielrennen noemen veel teams en/of clubs zichzelf een wieleropleiding of een opleidingsteam. Vaak behelst dit niet meer dan het uitvoeren van de kerntaken van een organisatie en dus het bieden van een omgeving waarin de wielrenster haar sport kan beoefenen. Hans Blom, teammanager van Talent Cycling geeft zijn visie op ‘opleiden in het wielrennen’.  

Mijn zoon was keeper en voetbalde in de O10-4. De voetbalclub zorgde voor de inschrijvingen van de competitie en toernooien. Er was een leider en een goedbedoelende vader die twee keer per week training gaf. Ben je dan als voetbalclub een ‘talent opleider’, omdat je de kerntaak, het bevorderen van de voetbalsport, goed uitvoert?

De weerstanden binnen het wielerlandschap

Vanuit de visie van Talent Cycling is opleiden een lange termijn activiteit. Met het integraal begeleiden van talenten in de jeugd (vanaf 14 jaar) op basis van leeftijdseigen methodieken, het bij houden van lichamelijke groei en kracht, het bieden van een afgewogen programma binnen een omgeving met gelijkgestemden én perspectief voor de toekomst, dan ben je als wielerteam in het dames/meisjes wielrennen al snel redelijk uniek in de wielerwereld.

Nergens in de wereld is het wielrennen onder vrouwen zo populair als in Nederland. Meisjes leren vanaf jonge leeftijd al wielrennen en rijden wedstrijden in grote groepen (pelotons). In het buitenland kunnen ze tot op heden alleen nog maar dromen van de aantallen rensters die Nederland heeft.

Gelukkig heeft Nederland goed ingespeeld op de populariteit van het wielrennen. Wielrensters kunnen altijd een club in de buurt vinden. Waarbij de ouders vaak kijken naar twee dingen: “Wat kost het in tijd en geld.”  Elke club heeft wel een team in elke leeftijdscategorie. In eerste instantie is dat leuk.  Maar wanneer rensters niet met gelijkgestemden kunnen sporten, kan dit remmend werken op de ontwikkeling. Het is helaas geen uitzondering dat bij het overgaan van  een renster naar een andere leeftijdscategorie, zij opeens de enige blijkt te zijn en vaak op zichzelf en ouders is aangewezen.

Dit verklaart het succes binnen het vrouwenwielrennen van clubs als TALENT, APB en Schijndel, waar gezocht wordt naar gelijkgestemde rensters met eenzelfde ambitie binnen het wielrennen. Tevens is continuïteit één van de uitgangspunten. Een renster een end-to-end opleidingstraject bieden zodat zij niet van club hoeft te wisselen.

Wanneer bovengenoemde weerstanden zijn weggenomen, staat dit niet garant voor een goede opleidingsorganisatie. Opleiden in het wielrennen wordt nog te vaak gezien als het samen rijden van wedstrijden en het  aanbieden van een groot wedstrijdprogramma.

Trainingen, een trainer/coach en het aanbieden van wedstrijden zou onder de basisvoorwaarden van een wielerploeg moeten vallen. In de praktijk is begeleiding vaak slechts in minimale hoeveelheden aanwezig.

Hoe kan een opleidingsorganisatie zich onderscheiden

Opleiden begint bij het inzichtelijk maken van doelen. Wat wilt de renster bereiken? Wat zijn haar dromen? Hoe kan ze die bereiken en wat heeft ze daarvoor nodig? Het is slechts een greep uit de vragen die belangrijk zijn om te stellen. Maar vervolgens is het belangrijk om dit met de renster te bespreken en hierbij het eigen belang opzij te durven schuiven.

’Wat is de volgende stap voor de renster’ is misschien wel de belangrijkste vraag om jezelf als organisatie te stellen. Om goed te kunnen opleiden is het van groot belang dat de organisatie en renster op eenzelfde lijn zitten. Daarom kan de volgende stap zowel intern als extern zijn.

Een  UCI-ploeg (Union Cycliste Internationale) hoeft niet altijd de eerstvolgende stap te zijn. Ploegen en rensters delen daarin regelmatig niet dezelfde mening. In die situatie is het van belang om ofwel de opleidingsvisie te wijzigen ofwel het aanbod te wijzigen, om zo aan de visie te voldoen.

Vervolgens is het belangrijk om te beseffen dat opleiden altijd een lange termijn traject is en soms verder reikt dan de capaciteit van de eigen ploeg. Het draait  namelijk om het belang van de renster. Samen probeer je het individu beter te maken. En dat gaat prima zonder het teambelang uit het oog te verliezen.

Er zijn maar weinig ploegen die voor een renster het eindstation betekenen. Het rijden voor een UCI-ploeg is voor de grotere talenten nooit de laatste stap. Er is altijd meer. En om aan de opleidingsbehoefte van de renster te voldoen is het belangrijk om dat te beseffen.

Om goed te kunnen opleiden is het samen uitstippelen van een plan essentieel. Hoe ga jij je dromen bereiken en hoe kunnen wij je daarbij helpen? En misschien nog wel belangrijker: wanneer is het tijd om verder te gaan?

Terug naar overzicht